Hoogstwaarschijnlijk woonden er al mensen rond het jaar 900 a 1000 na Christus op het stuk grond, dat we nu AALSMEER noemen.
De Noormannen hadden het voor het zeggen in Kennemerland, waartoe ook het gebied van Aalsmeer hoorde, gevolgd door de graven uit het Hollandse Huis.
Zendelingen in het voetspoor van bisschop Willebrord brachten het Evangelie.
De oudste nederzetting heeft bestaan uit boeren en vissers met een heel simpel bestaan. De wegen zijn niet meer dan opgehoogde grond met als fundament takkebossen en riet. Door uitgraving van de grond aan weerszijden van de wegen, lopen er sloten parallel met de weg, wat eigenlijk niet meer is dan een voetpad.
De vloeren in de huizen van aangestampte aarde liggen hoog vanwege mogelijke wateroverlast.
De huizen zelf zijn niet meer dan simpele, met riet afgedekte stulpen. Van een inrichtintg van de woning kan men nauwelijks spreken.
Het meubilair bestaat uit niet meer dan een tafel, een paar vurenhouten banken, een kist of heel soms een kast en wat landbouw of vissers gereedschap.
Men slaapt op de grond, op stro, dat men met een laken wordt overdekt, van kussens hadden ze nog nooit gehoord…!
Het eten is van dezelfde eenvoud, vlees, vis rogge-of gerstebrood, peulvruchten, kool en pap.
Suiker is nog onbekend en zoet men dus met honing.
Groente worden nog maar weinig gegeten en fruit is wel heel iets byzonders!
De huizen stonden toen nog ver van elkaar, ruimte was er genoeg en ieder woonde op zijn eigen gepachte of in eigendom verworven domijn.
Het landschap wordt bepaald door ruige begroeide veengrond, overdekt door planten, struiken en wilgen -en elzenbossen, dooraderd met waterwegen.
De grootte van Aalsmeer wordt eerst in 1420 vastgesteld op 800 schaar…..! Een schaar is 2 morgen en een morgen is 4 a 5 HA. 2 morgen is dus 8 a 10 HA, dus 800 schaar is ong. 6400 a 8000 HA. Deze schatting kwam van het Waterschap Rijnland toendertijd.
De grond is maar heel gedeeltelijk eigendom van de bewerker en grotendeels van de graaf, de landheer of van de kerk.
De kerk heeft haar grond in de meeste gevallen geschonken gekregen om redenen van religieuze aard.
Kloosters die in Aalsmeer tot de grondbezitters behoren zijn: het klooster van Rijnsburg, het Kapittel van Sint Pieter te Leiden en dat van de Reguliere Kanunniken te Amsterdam.
De levensomstandigheden van de xc3x81alsmeerders van de eerste uren zijn moeilijk. Het werk is zwaar en wordt maar karig beloond. Ze moeten merendeels pacht betalen voor het land dat ze bewerken of het water dt ze bevissen. Verder zijn ze ‘schotplichtig'( =belastingplichtig) tegenover de graaf als landheer. Dan zijn er nog veel meer kosten, waarover ik het verder niet wil hebben, zoals een tweede bede van de graaf, een extra-ordinaire bede van de graaf, tiendrecht, dorpskosten, morgengeld van het Hoogheemraadschap Rijnland en de riemtale, dat is de verpichting om in oorlogstijd roeiers te leveren, die tegelijk ook moeten vechten voor de graaf.
Pas in 1514 horen we iets over het aantal bewoners van Aalsmeer, nl. 80 haardsteden (=huizen), waarvan 55 belastingplichtig zijn en 25 niet, die zijn zo arm, dat ze niets kunnen betalen. Het aantal inwoners wordt geschat op 5 a 600.
Tot zover Aalsmeer in de eerste jaren.

Leuk stuk pa !
Is er tenminste 1 die het leuk vindt…!
Bedankt Jacco.
ho,ho,..
ook ik vind het een leuk stuk!