(Uit het boek van Herman van der Linde “Aalsmeer”)
Een trekker (dorpsbeschrijver) schrijft in zijn dagboek: “de plaats is niet groot en heeft alleen drie stenen huizen, de overige zijn van hout, van buiten blauw geschilderd of groen of geel of grijs.
Sommige van deze huizen zijn reeds in 1596 gebouwd, maar nog in goede staat. Dat komt door het beschilderen van de huizen met olieverf.
Het doorsnee type huizen is dus van hout. Je vindt ze als je door het ” Ambacht” trekt, langs de voetpaden, die het in zijn lengte doorsnijden, het voetpad van het centrum door ’t Oosteinde naar Bovenkerk en het voetpad langs de Uiterweg (de Buurt).
De huizen aan weerszijden zijn goed onderhouden, maar klein en onaanzienlijk…!
De visserswoningen haal je er zo uit, want aan de zijkant van het huis hangen op staken of lijnen de netten te drogen.
Het zijn er nog al wat, ik bedoel de vissershuizen en men kan zien, dat velen in Aalsmeer het brood uit het water moeten halen.
Vanzelfsprekend liggen de huren laag…,de arbeidskracht is goedkoop en het materiaal is niet duur.
In 1725 betaalt men aan huur van 10 tot 15 gulden per jaar.
Een houten huis komt bij koop op 100 tot 300 gulden te staan en als je 500 gulden neertelt kan je eigenaar worden van een stenen huis…!
Ook in het centrum van het dorp, de zgn. Kerkbuurt, is het aantal houten huizen overwegend, al hebben hier verscheidene een stenen voorgevel.
Maar daarnaast vind je huizen, die geheel van steen zijn opgetrokken.
Ja, logisch, want in deze buurt woont de dorpselite.
Alle notabelen van Aalsmeer…. de schout woont er, de secretaris. de notaris en verveners, die het goed doen…! Die laatsten zijn vaak schepen.
En zo hier en daar tref je er ook nog een immigrant aan, iemand die om onnaspeurlijke redenen verkoos in het afgelegen dorp tussen de plassen te wonen.
Aan het einde van de 17e eeuw vind je er bijv. een doctor Hooft en een weduwe van een doctor Dylman.
Nu zit er een emiritus-predikant uit Kolhorn…! Ra, ra, ra, hoe komen die hier? Maar zulke lieden ziet men graag in Aalsmeer…, want ze betalen mee in de belasting!
Die dominee van elders heeft maar liefst een inkomen van 600 gulden per jaar…! Vergelijk dat maar even met het inkomen van een blekersknecht, die
drie en een halve gulden thuis brengt. Er zijn er niet veel, die zo’n inkomen hebben. Ook de eigen predikant woont in de Kerkbuurt.
Het is wel prettig wonen, want alles wat een beetje gezelligheid met zich mee brengt is hier bijeen.
In ’t midden staat de kerk, nou ja niet meer helemaal in het midden…!(door het oprukkende water van het Haarlemmermeer).
En je vindt er de de vierkante stenen dorpspomp, aan iedere kant versierd met het dorpswapen en het wapen van Noord Holland.
Over de Kerkwetering is een ophaalbrug, een forse, uit 1622, ook weer getekend met het dorpswapen.
Hier branden ’s avonds altijd lantarens, niet als decoratie bedoeld, maar aangebracht met het oogmerk de passage veiliger te maken.
Als je er’s avonds over wilt moet je kunnen zien waar je loopt…!
Als het weer slecht is en het water hoog opgelopen is, zijn er nog meer lantaarns, die je helpen. Want het is voorschrift, dat ieder huis dan een brandende buitenlantaren moet hebben.
Ginds zie je de korenmolen uit 1547, “De Leeuw” geheten. Deskundigen zeggen, dat het een dwangmolen was, dwz. dat iedere dorpsbewoner, die wilde laten malen, daarheen moest met zijn rogge of tarwe. (wordt vervolgd)

